Karnemelk
Hoewel melk of water vaak als standaard wordt gebruikt in recepten, geeft karnemelk juist een luchtige structuur en een frisse, lichtzurige smaak die goed past bij het zoete beslag. Het resultaat: wafels die vanbinnen heerlijk zacht zijn, maar een goudbruin krokant korstje hebben – precies zoals ze horen te zijn.
Benodigdheden:
Voor ongeveer acht wafels
- 250 gram bloem
- 2 eetlepels kristalsuiker
- 1 theelepel bakpoeder
- ½ theelepel baksoda (zuiveringszout)
- ½ theelepel zout
- 2 eieren
- 400 milliliter karnemelk
- 50 gram gesmolten roomboter + wat extra om mee in te vetten
- 1 theelepel vanille-extract (optioneel)
- wafelijzer
Zo maak je de wafels:
- Meng in een grote kom alle droge ingrediënten met elkaar: de bloem, suiker, bakpoeder, baksoda en zout.
- Klop in een andere kom de eieren los met de karnemelk, gesmolten boter en eventueel vanille-extract.
- Voeg vervolgens het natte mengsel toe aan de droge ingrediënten en klop kort tot een glad beslag. Let op: meng niet te lang! Laat daarna het beslag zo'n 10 minuten rusten.
- Verwarm het wafelijzer en vet licht in met een beetje boter. Schep een flinke lepel beslag in het ijzer en bak de wafels in 3 tot 5 minuten goudbruin en krokant. Herhaal tot het beslag helemaal op is.
- Serveer de wafels warm, bijvoorbeeld met poedersuiker, vers fruit, jam, ijs of een klontje roomboter. Ze zijn ook lekker met een beetje honing of een lepel stevige yoghurt.
Culinair
- Adobe Stock