Zelfgemaakte yoghurt
Yoghurt is al duizenden jaren een geliefd melkproduct. In landen van Mongolië tot Marokko vind je eigen varianten, maar het principe is overal hetzelfde: melk wordt gefermenteerd met behulp van bacteriën. In Nederland gebruiken we er meestal twee: Lactobacillus bulgaricus en Streptococcus thermophilus. Die zetten de natuurlijke suikers uit de melk om in melkzuur, en zorgen zo voor die frisse, lichtzure smaak én de romige textuur.
Wie zelf yoghurt maakt, proeft het verschil. Supermarktyoghurt legt vaak al een lange reis af voordat hij in het koelvak belandt. Zelfgemaakte yoghurt is daarentegen vers van de lepel, met miljoenen levende bacteriën die nog volop actief zijn. En: je bepaalt zelf hoeveel je maakt, of je nu voor een halve liter gaat of een hele pan vol. Ook het soort melk kies je zelf – van volle koeienmelk tot geitenmelk of zelfs soja.
Ingrediënten:
- 1,5 liter verse volle melk
- 1,5 eetlepel yoghurt (met actieve yoghurtculturen)
- 1 eetlepel kristalsuiker
- een beetje honing en vers fruit (optioneel)
Tip: controleer bij aankoop of er daadwerkelijk yoghurtculturen op de verpakking van de yoghurt staan vermeld – die zijn nodig voor een goed resultaat.
Zo maak je eenvoudig zelf yoghurt:
- Breng de melk in een pan langzaam tegen de kook aan. Haal de pan van het vuur en laat de melk afkoelen tot ongeveer 42 graden. Controleer dit met een keukenthermometer.
- Roer vervolgens de yoghurt en de suiker goed door de melk met een garde of vork, zodat alles goed gemengd is.
- Dek de pan af en wikkel deze warm in, bijvoorbeeld met een dikke wollen deken. Laat het geheel ongeveer 8 uur staan. Langer mag ook; een uur extra is geen probleem.
- Na deze tijd is de yoghurt stevig en klaar om gegeten te worden. Zet 'm in de koelkast om verder op te stijven en te bewaren.