Deze variant heeft een korte bereiding en je hebt er maar zes ingrediënten voor nodig; ingrediënten die je misschien gewoon al in huis hebt.
Door de combinatie van de zachte gestoofde appel en amandelmeel ontstaat er een verrassend smeuïge taartbodem. De appelpartjes en rozijnen bovenop zorgen voor een klassieke, huiselijke smaak die iedereen wel herkent. Zo verras je je gasten – en jezelf – met een appeltaart die makkelijk, snel en lekker is.
Ingrediënten:
- 5 à 6 appels
- 2 eieren
- 140 gram amandelmeel
- 90 gram boter + drie eetlepels extra
- 60 gram suiker
- 2 handjes rozijnen
Zo maak je deze appeltaart:
- Voorbereiden: verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een springvorm in met één eetlepel boter of bekleed de bodem met bakpapier.
- Appels stoven: schil drie appels en snijd ze in blokjes. Doe ze met een laagje water in een pan, zet het deksel erop en laat ze zacht stoven. Giet daarna het overtollige vocht af en prak de appels tot een grove puree.
- Beslag maken: smelt 90 gram boter. Meng de gesmolten boter met de eieren, suiker en het amandelmeel. Roer de geprakte appel erdoor tot een glad beslag en giet het in de springvorm.
- Garneren en bakken: verdeel dan de rozijnen over het beslag. Schil de overige appels, snijd ze in partjes en leg ze op de taart. Smelt de overige twee eetlepels boter en giet het voorzichtig over de bovenkant van de taart. Breng de taart eventueel verder op smaak met wat kaneel en suiker. Bak de taart in het midden van de oven in circa 20 minuten goudbruin. En klaar is je snelle en gemakkelijke appeltaart!