Benodigdheden:
- 250 gram zelfrijzend bakmeel
- 250 gram boekweitmeel
- 250 gram rozijnen (eventueel half rozijnen, half krenten)
- 700 ml lauwwarme melk
- extra bloem (om de zak mee te bestuiven)
- 500 gram keukenstroop
- 125 gram boter
- 150 milliliter water
- snuf zout
- een schone, katoenen kussensloop of zak
- stevig touw
- grote soeppan
- hittebestendig ontbijtbordje
- vergiet
Zo maak je Jan in de zak:
- Was de rozijnen grondig en laat ze goed uitlekken. Dep ze eventueel droog met een keukendoek.
- Maak de kussensloop nat met warm water en wring deze goed uit. Keer de zak binnenstebuiten en bestuif de binnenkant royaal met bloem. Dit voorkomt plakken.
- Meng het boekweitmeel, zelfrijzend bakmeel en een snuf zout in een grote kom. Giet de melk er langzaam bij terwijl je stevig roert. Stop wanneer je een dik, lobbig beslag hebt (dikker dan pannenkoekenbeslag, het moet nog net van je lepel vallen). Schep als laatste de rozijnen erdoor.
- Schep het beslag in de kussensloop of zak. Belangrijk: bind 'm dicht met het touw, maar laat minstens één derde aan ruimte over boven het beslag. Het brood heeft deze ruimte nodig om te rijzen.
- Breng een grote pan met water aan de kook. Leg een ontbijtbordje omgekeerd op de bodem. Laat de zak voorzichtig in het water zakken. Zorg dat de zak volledig onder water staat.
- Laat de Jan in de zak ongeveer 3 tot 3,5 uur zachtjes koken (tegen de kook aan, niet hard borrelen). Keer de zak elk uur voorzichtig om. Vul de pan indien nodig bij met kokend water.
- Smelt vlak voor het serveren de boter met de stroop en het water in een pannetje. Roer tot er een gladde, warme saus ontstaat.
- Haal de zak uit de pan en laat deze heel even uitlekken in een vergiet. Knip het touwtje door en rol de Jan voorzichtig uit de zak op een groot bord of een grote serveerplank.
- Snijd het brood in dikke plakken en serveer direct met een gulle schep warme stroopsaus.