Ingrediënten (voor 4 personen):
- 150 gram parelgort
- 150 gram verse rode bessen
- 150 gram verse zwarte bessen (of 300 milliliter puur bessensap als er geen vers aanbod is)
- 50 gram gedroogde krenten
- 1,5 liter water
- 50 gram suiker (of meer naar smaak)
- 1 kaneelstokje
- beetje rasp van een biologische citroenschil (optioneel, voor een frisse smaak)
- snuf nootmuskaat
- snuf zout
Zo maak je zelf watergruwel:
- Voorbereiden en wellen: spoel de parelgort en de krenten af in een zeef. Laat de parelgort bij voorkeur een nachtje (of minimaal 1 uur) wellen in een grote kom met koud water. Giet daarna af. Rits en spoel de verse rode en zwarte bessen schoon.
- Langzaam garen: breng de 1,5 liter water aan de kook in een grote pan. Voeg de gewelde parelgort, krenten, het kaneelstokje, de citroenschil, een snufje zout en nootmuskaat toe. Zet het vuur laag, doe de deksel op de pan en laat het geheel zo'n 30 tot 40 minuten zachtjes koken totdat de gort zacht en romig is.
- Bessen en suiker toevoegen: voeg de laatste 10 minuten van de kooktijd de verse bessen en de suiker toe. Zo blijven de bessen mooi heel en behouden ze hun smaak. Verwijder het kaneelstokje en de citroenschil.
- Proeven en verder op smaak brengen: proef de watergruwel. Mag het wat zoeter? Voeg nog een beetje suiker toe. Is het te dik geworden? Leng het dan aan met een scheutje extra water of puur bessensap.
- Serveren: schep de warme watergruwel direct in diepe kommen voor een hartverwarmend toetje. Liever een koud dessert? Laat de watergruwel volledig afkoelen en zet 'm een nachtje in de koelkast. Koud geserveerd met een beetje slagroom of een scheutje melk is de ultieme traktatie.