Nostalgisch gerecht
Drie-in-de-pan is een traditionele Nederlandse lekkernij die zijn oorsprong vindt in de 18de en 19de eeuw, toen eenvoudige, goedkope maar voedzame gerechten veel werden bereid door arbeidersgezinnen. Het zijn kleine, dikke pannenkoekjes die vaak van restjes beslag of oud brood werden gemaakt, zodat niets werd verspild. De naam verwijst simpelweg naar het tegelijk bakken van drie pannenkoekjes in één pan, zodat je snel meerdere porties kon bereiden.
Ingrediënten:
Voor zo'n 20 pannenkoekjes
- 250 gram bloem
- 2 theelepels bakpoeder
- 300 milliliter melk
- 2 eieren
- 100 gram rozijnen
- 50 gram roomboter
- snuf zout
Zo maak je drie-in-de-pan:
- Doe de rozijnen in een bakje en zet ze onder water. Laat een half uurtje weken.
- Doe de bloem, het bakpoeder en zout in een kom en roer de ingrediënten goed door.
- Schenk de melk samen met de eieren in de kom en roer tot alle ingrediënten goed met elkaar zijn gemengd.
- Smelt de roomboter kort in de magnetron en voeg dit toe aan het beslag.
- Laat de rozijnen uitlekken en voeg ook de rozijnen (zonder het water) toe. Roer opnieuw.
- Bak dan kleine pannenkoekjes van het beslag. In een grote koekenpan kun je drie kleine pannenkoeken maken – vandaar de naam.
- Laat de pannenkoeken op laag vuur garen. Draai om zodra de bovenkant van het beslag begint te bubbelen en niet meer nat is. Laat daarna nog een minuutje op het vuur staan.
- Serveer de pannenkoekjes met wat je zelf lekker vindt: kaneelsuiker, poedersuiker, stroop, jam en gebakken appeltjes zijn allemaal lekkere opties.
Wel of geen gist
Normaal gesproken worden drie-in-de-pan met gist gemaakt. Daarmee wordt het eigenlijk een soort platte "oliebol". In dit recept gebruiken we juist bakpoeder voor een wat snellere versie. Toch liever gist? Je kunt bakpoeder ook vervangen door 5 gram gedroogde of 15 gram verse gist. Los de gist dan op in lauwwarme melk voordat je deze met de andere droge ingrediënten mengt. Laat het beslag zo'n 45 minuten rijzen tot het volume met 1/3 toegenomen is.