Tukken tussen land en zee

Lees ook

Tekst: Jolanda de Kruyf | Fotografie: Jolanda de Kruyf, Tuk Tuk Lauwersoog

Hoe toeren we de zomer door? Vieren we onze vrije dagen te voet, op de pedalen of over water misschien? De mogelijkheden zijn talloos. We kunnen steppen en skeeleren, suppen maar ook tukken. Bijvoorbeeld in de boeiende grensstreek van het Groninger en Friese land. Weer eens wat anders én je houdt het droog bij een onverhoeds buitje.




De driewielige motorrijtuigen van Tuk Tuk Lauwersoog zijn hippe gevalletjes in het straatbeeld. Een ijscoboer van Italiaanse komaf zou er beslist niet in misstaan. De frisse witte uitstraling met zwarte blokjes en twee pronte koplampen voorop zorgen voor kekke looks. Ja, daarin wil je best gezien worden. De tuktuk is waterdicht dankzij de kap, maar natuurlijk ’t allerleukst als cabrio, op een lekker zomerse dag.

Zwaaien naar Schier
Tukkend – en dan bedoelen we dus níet slapend, maar rustig rijdend in deze moderne riksja – kijk je ineens heel anders aan tegen het Nationaal park Lauwersmeer en dat snoer van fraaie dorpjes rondom. Met dit transportmiddel voel je het gemak van overdekt vervoer en de actieradius is natuurlijk een stuk groter dan op de fiets. Een ‘rondje Lauwersmeer’ tuk je zomaar in 2,5 uur, maar waarom zou je? Neem de tijd, stap zo nu en dan uit en geniet van de omgeving.

Start- en eindpunt zijn aan de kustweg in Lauwersoog, dichterbij Schiermonnikoog kom je vandaag niet. Zwaaien kan wel, naar veerboten De Rottum en Monnik, of met helder weer naar de twee markante vuurtorens aan de horizon. Wie toch behoefte heeft aan strand of tussen het tukken door even een verkoelende plons wil pakken, komt aan vasteland ook wel aan z’n trekken; rond Lauwersoog (Nieuw Robbengat) vind je tenslotte een aardig aantal recreatiestranden waar je prima kunt zwemmen en luieren, met voldoende parkeergelegenheid.

Roerig stukje water
Ooit vonden zoet en zout water elkaar in deze binnenzee, een baai op het grensvlak van Groningen en Friesland. Dat roemruchte verleden is nog overal voelbaar en tastbaar, daar doet geen afsluitdam iets aan af. In deze contreien vind je nog zeedijken en straten die Haven of Strandweg heten. Ook de naam van een lokale horecagelegenheid prikkelt de fantasie van veel passanten: Het Booze Wijf. Geen zorgen tukkers, de dames zijn hier allen goedgemutst en gastvrij. De naam is door zeelui bedacht en staat oorspronkelijk voor een roerig stukje water. Want waar de stromen van de Lauwerszee en de Waddenzee elkaar troffen, ten zuidwesten van het Brakzand, liep een geul tot wel 20 meter diep. Het was een gevaarlijk gebied, een behoorlijk ‘boos wijf’ dus.

Het voornemen om de Lauwerszee uit oogpunt van veiligheid droog te leggen, leefde feitelijk al eeuwen, maar het waren de stormvloed van 1953 en de kerstvloed van het jaar erop die maakten dat plannenmakers haast kregen. Er moest een einde komen aan de vele dijkdoorbraken. Met de bouw van een dam in 1969 werd Lauwerszee voorgoed Lauwersmeer en ontstond van lieverlee een compleet nieuw landschap rond de vroegere zeebodem. Een vogelparadijs dat zo waardevol bleek, dat het in 2003 werd aangewezen tot Nationaal Park. Ook Dark Sky Park intussen, een zeldzaam stukje Nederland waar het nog écht donker is ’s nachts. Maar voordat de schemer invalt hebben wij onze tuktuks allang weer aan de Kustweg gestald.

Met een deken voor de benen
Tukkend het Lauwersmeer rond dus. Voor wie in het dagelijks leven een auto met versnellingen rijdt is ‘t even wennen, zo’n automaat; schakelen hoeft niet, alleen gas geven en remmen. De eerste kilometers is het nog wat stoeien met chaufferen, als ook met het inschatten van de afmetingen van de tuktuk. ‘Die is van voren smaller dan van achteren, denk daarom!’ had de map met routes en huisregels al getipt. En ook dit was slim om vooraf te weten: ‘De tuktuk kan niet in zijn achteruit. Als je achteruit moet, dien je samen even te duwen.’ We kiezen maar liever voor recht vooruit en maken meteen dankbaar gebruik van de dekens aan boord, behaaglijk over de benen; het is nog vroeg en een tikje fris in het half open transport.

Op naar Vierhuizen, de eerste bestemming op de route. Er staan allang méér dan vier stenen huizen in het dorpje waar de tufstenen middeleeuwse kerk en korenmolen De Onderneming samen in een hoofdrol schitteren. Mocht je nu al de benen willen strekken, dan is Beukemoa’s Blokje een aanrader. Een leuk ommetje van zo’n 2 kilometer rond de kern die wordt gedomineerd door een landschap van dijken, wierden en poldervergezichten.

Speelbos en theepot
Via Ulrum (op z’n Gronings zo gezellig als “Ollerom” uitgesproken), dat al een even imposante middeleeuwse kerk herbergt, tukken we naar Houwerzijl. De routemap meldt hier een uitstaptip, en daar is niks teveel aan gezegd. Het door een handvol inwoners uit Houwerzijl aangelegde speelbos is een oase voor jong en oud en een leuk intermezzo op onze tocht. De Groninger kunstenaar Alex den Braver ontwierp hier een soort reuzen-ui waaronder je droog zit én een vuurtje mag stoken. Kinderen kunnen er hun lol op met boomstammen en water, je kunt er een ommetje maken of pauzeren voor een picknick. Al lonkt het vlakbij gelegen terras van De Theefabriek wel erg verleidelijk. Hier onderging de dorpskerk een gedaanteverwisseling, als residentie voor museum, winkel én theeschenkerij ineen. Een kleurrijke blikvanger middenin dat kleine Houwerzijl. De zon heeft flink aan kracht gewonnen, dus is het buiten heerlijk verpozen. Met een potje thee en de nodige smullerij op tafel, van Groningse poffert tot Engelse scones. Gelukkig hebben we een achterbank, dus kan er best een souvenirtje uit de winkel mee.

Vis, vis en nog eens vis
Wél een gaatje vrijhouden voor een visje van de kraam, verderop. Of een broodje Hollandse garnaal op het terras, de delicatesse waarop Zoutkamp patent heeft. Het dorp dat vis ademt was ooit de poort naar Groningen; voor schepen was de doorgang via de Lauwerszee de enige route om in de stad te komen. Tot 1960 had Zoutkamp dan ook een grote vissershaven, maar die positie verdween met de afsluiting van de Lauwerszee. Een groot deel van de Nederlandse garnalenvloot lost de lading nu in de haven van Lauwersoog. De maritieme uitstraling van Zoutkamp bleef gelukkig wel bewaard en is een echte toeristenmagneet; nog geregeld doen kotters de haven aan en het is heerlijk flaneren over de historische kades. Als je tijd hebt en de deuren zijn (weer) geopend, wandel dan even binnen bij het Visserijmuseum voor de onvervalste geur van vis, teer, hout en diesel.

Taalstrijd in de grensstreek
Aan de einder duiken alweer snel de contouren op van zo’n oer-Hollands dorpje. Een typerend decor met vaste bakens: een kerk in het midden, een molen en een plukje huizen eromheen. Een plaatje voor het oog, al weet je in deze grensstreek niet altijd de juiste toon te zetten. Zijn het Groningers? Of toch Friezen? Is het nou Muntsjesyl, Muntjeziel of toch maar gewoon Munnekezijl? In dit dorp dat nét op Friese bodem staat woedt al geruime tijd een taalstrijd, gelukkig hoeven wij geen partij te kiezen. Munnekezijl behoort formeel tot de gemeente Noardeast-Fryslân, maar er is al enige tijd een boel gedoe over de komborden. Veel inwoners willen dat hierop zowel de Friese als de Nederlandse naam staat, die dan vervolgens weer door tegenstanders wordt doorgekrast. Ook in gelijkgestemde grensdorpjes als Warfstermolen en Kollumerpomp, die we weldra passeren, is deze taaltwist gaande. Goed om te weten, niet in mengen, zo is het advies voor neutrale tukkers op doorreis. Een vriendelijk armgebaar volstaat en kan altijd rekenen op een spontane groet terug.

Stoofperen en jam van mem
De kap is intussen naar beneden, het zomergevoel optimaal. Zo tukken we, zonder jas, haren in de wind en een zonnetje op de bol door deze landelijke dreven. Een pluspunt zijn de vele verrassingen onderweg, die royaal in bermen of op stoepjes geëtaleerd staan en maken dat we pardoes op de rem trappen. Vaak hangt de vlag in top bij zo’n goed gevuld stalletje, soms attendeert een uithangbord je op een spontane schuurverkoop of minibieb aan huis. In het voorbijgaan kun je verder pas van het land geplukte bloemen kopen, maar ook piepers en uien, kakelverse eieren, stoofperen en jam “van mem”, zelfs een pondje gerookte paling bij een boerderij. De achterbank van de tuktuk raakt aardig vol zo.

Tussen Kollumerpomp en Dokkumer Nieuwe Zijlen tukken we over de Willem Loréweg, een rustige parallelweg waar een opvallend monument de aandacht trekt; op de stenen sokkel zit een man die met zijn rechterhand een geweer vasthoudt en zijn linkerhand beschermend op het kind legt, dat voor hem staat. Het beeld op de dijk is ter nagedachtenis aan de verzetsstrijders die in april 1945 om het leven kwamen, bij de strijd om het behoud van de brug in Dokkumer Nieuwe Zijlen. Aldfaers erf, wy weitsje oer dy staat erop te lezen, Fries voor Erfgoed van onze voorouders, wij waken over jou.

Een ode aan de sluizen
Verspreid op ons rondje Lauwersmeer tukken we door tig dorpjes met “zijl” in de naam. Geen syl (Fries), geen ziel (Gronings), maar om gebakkelei te voorkomen gewoon op z’n Hollands. Het is een ander woord voor sluis en tsjonge, daarvan passeren we er nogal wat onderweg. Die van de buurtschap Dokkumer Nieuwe Zijlen zijn het vermelden zeker waard. Daar treffen we ook de naamgever van de zojuist afgetukte weg, Willem Loré; deze waterbouwkundige uit Franeker tekende voor de bouw van de afsluitdijk en ontwierp in 1729 ook de oorspronkelijke sluis. De huidige, indrukwekkende sluis draagt zijn naam. We staan hier dus op historische grond: op de gedenknaald – een soort stenen piramide – staat Ter Euwiger gedagtenis van de overdyking van t Dokkumer diep, ook al sinds 1729 een ode aan de sluizen. Uit datzelfde jaar dateert trouwens ook de herberg aan de overkant; al eeuwenlang een pleisterplaats voor passanten.

Ee, een intiem pareltje
Verder gaat-ie in ons dieseltje. Tussen Engwierum en het gehuchtje Tibma wacht weer een uitstaptip op de route: Ee (of Ie) is het bewonderen meer dan waard. Je wandelt zo het beschermd dorpsgezicht in, naar de tsjerke op ‘e terp die op 3 meter hoog schittert. Ee dateert uit de 10de eeuw en de kern van het terpdorp is vrijwel geheel intact gebleven. Smalle klinkerstraatjes en fraai gerestaureerde panden strijden om voorrang. Rondom de kerk, het epicentrum, ligt de Omgong met z’n karakteristieke woninkjes. Dit intieme pareltje dankt z’n naam trouwens aan het verleden aan zee: Ee duidt op aqua, water dus. Zelfs een van de straten heet hier Haven, kennelijk konden schepen in een grijs verleden tot hier binnen varen.

Kwartet rijksmonumenten
Er wacht nog een sluis op onze route. Het dorpsbeeld van Ezumazijl wordt gekenmerkt door het sluiscomplex met daaraan drie rijksmonumenten uit het begin van de vorige eeuw: de sluis zelf, de ophaalbrug van ijzer en het sluiswachtershuisje. Het vierde monument staat verderop, gemaal Dongerdielen. Zelfs in de Middeleeuwen lag op deze plek al een sluis, toen nog van hout. De Ezumazijl had een belangrijke waterkerende functie tot aan de afsluiting van de Lauwerszee, daarom hangen er eb- en vloeddeuren in de sluis en zie je nog de sleuven in de sluiswanden zitten, waarin – bij extreem hoog water – schotbalken geplaatst konden worden. Het voormalige zeegemaal Dongerdielen is nog steeds van belang om te zorgen dat de bewoners van dit gebied droge voeten houden. Overtollig regenwater wordt vanuit deze polder richting Lauwersmeer gepompt.

Op één oor tukken
Er is net weer een snee gras van het land gehaald en het maaisel ligt in bergjes te drogen. Heerlijk, dát ruik je in de open tuktuk. Het rondje zit er bijna op als we Anjum aandoen. Weer zo’n nostalgische korenmolen die het dorpsbeeld bepaalt, en het mooie van dit exemplaar (bouwjaar 1889) is dat er een Tourist Info Punt onderdak zit. De Eendragt is ook een molenmuseum met vaste en wisselende exposities.

Als we even later langs de boorden van het Lauwersmeer tukken, op weg naar het eindstation aan de Kustweg, is ons hippe karretje gevuld met souvenirs van de streek en het hart vol van een boeiende grensregio. Van zoveel indrukken én zware zilte lucht zullen we ook op één oor vast prima tukken vannacht.





Laatste nieuws

Zie ook