Geen ijs? Doe de Elfstegentocht in Woudsend

Zie het als dikke knipoog naar de befaamde Elfstedentocht.

Lees ook

Dit verhaal verscheen in Noorderland 2020-1




Giet it oan… of nog niet? Als de Tocht der Tochten er komt, gaat de ultieme droom in vervulling van Friesland én onze hele natie. Maar ook zonder natuurijs kun je dat legendarische schaatsmekka verkennen, over water en op vaste wal. Zo verleidt het dromerige dorpje Woudsend bezoekers tot een tijdreis door een labyrint van stegen. Juist, 11 stegen!

Woudsend grossiert in gloppen en steegjes. Nauwe doorgangetjes die de straten in het historische dorpsdeel met elkaar verbinden. In alle eerlijkheid: het zijn er eigenlijk 19. Maar 11 klinkt net even beter. Zie het maar als dikke knipoog naar de befaamde Elfstedentocht: dit schilderachtige dorp kwam gewoon met een eigen variant, de Elfstegentocht.

Zoveel moois te zien
De vroege winterochtend vlijt een deken van rijp over de kade. Nog geen mens te zien. Geen geluid in wijde omtrek. De oude melkboot, een nostalgische tjalk en een handjevol andere vaartuigen wachten roerloos op een nieuw seizoen, hun moment om te pronken. Alles op z’n tijd in de Ee. Of de Ie, zoals de Friezen deze flinke uitloper van het veenriviertje noemen, de waterweg die als slagader door het hart van Woudsend stroomt. Een dorp als dit, ingeklemd tussen grote meren (Heegermeer, Slotermeer) aan een knooppunt van drukbevaren routes, heeft alles mee. Al is er wel een “maar”: sommige passanten trekken op doorreis jammerlijk aan dat fraaie plekje in Súdwest-Fryslân voorbij. Letterlijk. Ze varen erlangs, fietsen erdoor. ‘Zonde,’ zeggen inwoners, ‘want we hebben zoveel moois om te laten zien. Wie even aanmeert of van de fiets stapt zal verrast zijn.’ Het watersportdorp heeft een brok cultuurhistorie in huis die het waard is om te ontdekken. Ook als het vriest dat ’t kraakt.

Het verleden herleeft
Kort en goed, er mocht dus wel wat meer aan de weg worden getimmerd. Die stegen bijvoorbeeld, daar konden ze wat mee. Elke steeg hád al z’n eigen verhaal, maar nog niet altijd een toepasselijke naam. Het was Loek Hogenhout, jarenlang voorzitter van Dorpsbelang, die met zijn Elfstegentocht op de proppen kwam, een idee dat enthousiast werd omarmd door de bevolking. Met succes mobiliseerde hij bewoners, de gemeente Súdwest-Fryslân en de Historische Kring Woudsend, die een groot aantal strategische plekken in de oude dorpskern al eerder had voorzien van informatieve banners. Daarop staat veel te lezen over de panden en hun herkomst.

De “stegentocht” gaat behalve op de bloeiende historie ook in op dorpsgeruchten en dikke verhalen van vroeger onder het kopje Er wordt gefluisterd…. Zo had Woudsend de beschikking over een jaarmarkt, een eigen waag, rechtspraak en handelsbetrekking en had dús stadsrechten moeten hebben. Maar dat is er nooit van gekomen. Over de steeg Kollegat wordt gezegd dat er een “liefdesmuur” is waar verliefde of verloofde stellen al decennia lang hun namen op zetten. De muur is nog steeds populair bij jongeren die, soms tot hun eigen schrik, ineens de namen van hun eigen ouders herkennen. Zo wemelt het van de mooie vertelsels of bijzondere weetjes. Lopen en lezen wordt een tweede natuur in Woudsend. De nieuwe tekstpanelen met foto’s (en QR-codes) van de Elfstegentocht maken van het dorp een openluchtmuseum dat het verleden doet herleven.

De vroegste wortels
Wie wil wegdromen in het beschermde dorpsgezicht van Woudsend moet wat van z’n vroegste wortels weten. De oorspronkelijke naam van het dorp is Driuwpôlle en dat klinkt als pure poëzie toch? Een “drijvend eiland” dat in de Middeleeuwen ontstond zoals destijds zoveel kleine, nieuwe nederzettingen. Water was alom en dat maakte het gebied moeilijk toegankelijk. Zodoende werden veengronden ontgonnen en her en der terpjes opgeworpen, zodat er bewoning mogelijk was en mensen er vee konden houden.

Ook Woudsend ontsproot op die manier aan het Friese land, in 1337, als mini-terpje omringd door water. Een kleine, agrarische nederzetting in een nog woeste provincie. In datzelfde jaar stichtten paters hier hun karmelietenklooster; de fundamenten liggen er nog. Dat maakt dat je op het kruispunt bij de huidige Karmel feitelijk op gewijde oergrond staat. Hier begon het allemaal en het is een logisch vertrekpunt voor de Elfstegentocht door de tijd. De huidige kerk – een pláátje in het straatbeeld, niet voor niets al eens verkozen tot mooiste van Friesland – werd precies vijf eeuwen na het ontstaan van Woudsend gebouwd. Wat nu een plantsoentje voor de kerk is, was tot beginjaren 30 van de vorige eeuw het dorpskerkhof, maar werd wegens ruimtegebrek verplaatst. De naam Ald Tsjerkhof herinnert er nog aan.

Ite, drinke, sliepe
Kerktorens (vergeet ook de Sint Michaël niet, de oudste rooms-katholieke kerk van Friesland) en molenwieken bepalen de skyline van Woudsend. Ze vormen beeldbepalende bakens voor de pleziervaart. De molens zijn iconen in bedrijf, want zowel de koren- als houtzaagmolen zijn nog operationeel én produceren op gezette tijden respectievelijk grondstoffen voor cake, koek of brood en robuuste gebruiksvoorwerpen van hout. De stamtafel bij Omke Jan is daar een mooi voorbeeld van, die kan wel een stootje hebben. Levenspartners Jan Bles en Nienke de Boer gaven ‘m een prominente plek onder dak van hun stolpboerderij aan de Iewâl, die onder handen van ontwerper Piet Hein Eek vijf jaar geleden transformeerde tot moderne herberg voor ite, drinke en sliepe. Een “boergondische ontmoetingsplek” noemen de uitbaters hun sfeervolle pleisterplaats zelf. Geheel in de geest van omke, de Friese koopman, melkveehandelaar én oudoom van Jan Bles. ‘Hij is onze inspiratiebron. Tijdens zijn leven bracht hij al mensen met elkaar in contact en dat is precies wat we hier ook zoeken, de verbinding.’

Boeren en burgers verbinden
‘Alles draait bij ons om smaak, om beleving en respect voor oeroude technieken,’ zegt Jan als hij rondleidt onder imposante gebinten, door vijf gerieflijke slaapkamers, langs de open keuken, de houtoven midden in het restaurant (de oude deel) en een tot rookoven verbouwde giertank buiten. Stipt dan gevoelige materie aan: ‘Boeren en burgers begrijpen elkaar niet meer, veel mensen zijn de verbinding met het landschap kwijtgeraakt. Die partijen willen wij hier dichter tot elkaar brengen, we zien dat ook als belangrijke maatschappelijke rol.’ Reden dat Omke Jan nauw samenwerkt met melk- en vleesveeboeren, tuinders en vissers uit Woudsend en omgeving. De seizoenen bepalen wat zij aanleveren en dat is dan ook precies wat de pot schaft aan de Iewâl. Eerlijk en authentiek zijn trefwoorden. Met dank aan leveranciers als Freerk Visserman uit Heeg, achtste generatie palingvisser. ‘Hij kwam laatst aanzetten met net gevangen snoekbaars. Hoe vers wil je het hebben? Dat staat dan ’s avonds meteen op de kaart.’





Maar Jan en Nienke doen meer, ook belangeloos en gedreven door idealisme: voedselonderwijs voor kinderen bijvoorbeeld. ‘Het agrarische leven dichtbij brengen, kennis doorgeven. Laten zien dat de melk of een kistje appels van een lokale boer komt, samen kijken hoe deeg staat te rijzen. Daar steken ze wat van op hoor.’ En ze laten zelf de handjes wapperen, want dat is het leukst. ‘We nodigen geregeld basisscholen uit eigen dorp en de omgeving uit om samen eten te maken in onze keuken; boter, koekjes. Dat is altijd één groot feest.’

Iconen van ambacht
Maar we dwalen wat af. Terug naar de houtzaagmolen, een paar deurtjes verderop aan deze kade. De Jager dateert van 1719, ze hebben pas nog het 300-jarig bestaan gevierd, en staat er tot in de puntjes verzorgd bij. De achtkante stellingmolen is het stralend middelpunt van een bijzonder – en zeldzaam geraakt – industrieel complex aan het water: samen met de statige eigenaarswoning, het balkgat, een houtdroogschuur en een zestal knechtenwoningen vormt de molen een icoon van ambacht waar stammen eeuwenlang tot planken werden gezaagd. Dat gebeurt nog steeds, de molen is nog elke zaterdag tussen 9.30 en 17.00 uur in bedrijf.

Het Lam, de oudste korenmolen van Friesland, staat ook in Woudsend, aan de – hoe kan het anders – Molestrjitte. Helemaal zeker weet niemand het meer, maar het bolwerk dateert van “ergens” eind 17de eeuw en er wordt nog met regelmaat op ambachtelijke wijze koren en graan gemalen tot smakelijke meelproducten en broodmixen. Naast de molen is een infocentrum annex winkeltje ingericht waar de producten voor thuisbakkers te koop zijn. Gesloten? Geen punt, je kunt je molenmuesli, pannenkoekenmeel of Friese dûmkemix ook via de webshop bestellen.

Band met de scheepvaart
Woudsend heeft van oorsprong een agrarisch karakter, maar ook al eeuwen lang een innige relatie met de scheepvaart en dat zie je onder meer aan de vele steegnamen. Die werpen je terug in de tijd – 18de eeuw – dat hier nog 35 kapiteins woonden. Blokmakkersteech, Seilmakkersteech, Kapiteinsteech, Hellingsteech. Namen die verwijzen naar de bloeiende industrie van scheepsbouw- en onderhoud van zeilwaardige zeeschepen en de grote rol van betekenis die het dorp speelde in de internationale handelsvaart. Veel Woudsender scheepslui gingen de grote wereldzeeën op en dat bracht welvaart. Al waren die missies ver van huis natuurlijk niet altijd zonder gevaar vanwege oorlogen op zee en extreme weersomstandigheden. Zo wil het verhaal dat één van de meest fameuze schippers uit Woudsend, Lolle Harings Nauta, zes maanden lang in het Russische ijs vastzat met zijn schip. Een hachelijk avontuur dus.

Waren de gezagvoerders weer thuis? Dan hing het anker buiten, zichtbaar aan de gevel, ten teken dat er weer handel gedreven kon worden. Eén van die schippers woonde in het witte huisje (bouwjaar 1737) op de hoek van de Nauwe Steech, bij de Sint Michaëlkerk dat ook als bijnaam het “kapiteinshuisje” draagt. Het ankertje hangt nog in de nok van het huis.

Onder het tongewelf
Elf (of alle 19) stegen gelopen en gelezen? Wandel dan zeker nog even terug naar de Fermaningsteech, waar je onder het genot van een glas of hap mag wegdromen in ’t Ponkje, onder het tongewelf van de voormalige vermaning. Deze kerk is al in 1969 verbouwd tot restaurant. In de stemmige entourage is gelukkig ook veel van het originele kerkinterieur bewaard gebleven zoals de kerkbanken en karakteristieke ramen, de kraak, orgelgaanderij, het klankbord van de preekstoel én de kerkenzakjes. ’t Ponkje is het Friese woord voor kerkzakje. Nog eens per jaar, op de eerste dag van advent, komt de doopsgezinde gemeente uit Zuidwest-Friesland hier bijeen voor een traditionele kerkdienst. De rest van de tijd mag je proosten in ’t Ponkje. Tsjoch dus!





Bron: Jolanda de Kruyf | Beeld: Jolanda de Kruyf

Laatste nieuws

Zie ook