Oorlogserfgoed, gestold onder glas

Reis door de tijd in commandantwoning Kamp Westerbork.
commandantwoning Kamp Westerbork

Dit artikel verscheen in Noorderland 2016-3.

Vijf treden zijn het, naar de voordeur van nummer 4. De commandantwoning van Kamp Westerbork die nét iets hoger in het landschap ligt. Erfgoed onder een soort grote kaasstolp. Het enige symbool van de naziterreur ter plaatse bleef wonderwel intact en is nu van mondiale betekenis. Van binnen een leeg, raadselachtig huis. Maar direct achter de voordeur begint een reis door de tijd, in de voetsporen van vroegere bewoners.

Krakende vloerdelen, piepende kranen, haveloze gordijnen en plafonds bezaaid met vochtvlekken. De vitrage voor de grauwe ruiten is gescheurd, de gevelbekleding gehavend, verf afgebladderd, het hout is verweerd. Kozijnen zijn lek als een mandje. Zo met het voorjaar in de bol zou een gemiddelde nieuwe eigenaar zeggen: hup, rigoureus de kwast erover, zo links en rechts wat opkalefateren, fleurig behangetje aan de wand en kijk eens aan: wat een idyllisch landhuis, verscholen in de Drentse bossen. Maar dit is geen gemiddelde eigenaar. En dit is al helemaal geen gewoon huis.

Een ruime, moderne woning
De houten woning was gebruiksklaar in 1939. De directeur van het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork nam er zijn intrek. In dat eerste jaar wrang genoeg nog de vermeende veilige haven voor joodse verschoppelingen uit Duitsland, waar het schrikbewind van Hitler een enorme vluchtelingenstroom op gang had gebracht. Vele duizenden zochten hun heil over de grens, in Nederland. De centrale opvang op dit stuk onontgonnen grond in Drenthe was overigens tweede keus van de Nederlandse regering. Die had haar oog eerder laten vallen op de Veluwe, in de buurt van Elspeet. Maar dat plan stuitte op groot protest van omwonenden, de ANWB én (dat woog het zwaarst) vorstelijk verzet: Koningin Wilhelmina zag het niet zitten, zo’n kamp op steenworp afstand van Paleis ’t Loo.

Dus werd het Drenthe. En de woning van de baas mocht er zijn. ‘Royaal, zeer luxe en voor die tijd een modern huis,’ vertelt Dirk Mulder van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. ‘Modieus en duurzaam, met centrale verwarming en een AGA-fornuis. Best gek, als je bedenkt dat het maar een tijdelijke functie zou hebben.’

SS-icoon overleefde de tijd
Hij noemt het “een opmerkelijke speling van de geschiedenis” dat bijna alles wat direct herinnert aan het kampverleden, en dus aan het leed dat meer dan 100.000 mensen is aangedaan, is afgebroken en weggegumd in dit decor. Maar dat uitgerekend die commandantwoning is blijven staan. Dat huis dat feitelijk het kwaad personifieerde en symbool staat voor een van de zwartste bladzijden uit onze geschiedenis. Mulder: ‘Terwijl men het vanzelfsprekend vond om het kamp eind jaren zestig af te breken en van de aardbodem te laten verdwijnen, werd het even normaal gevonden dat de commandantwoning zijn woonbestemming hield. Er zijn geen tot de verbeelding sprekende, authentieke historische objecten of bouwsels die herinneren aan het Judendurchgangslanger Westerbork, maar dit icoon van de SS-heerschappij heeft meer dan zeventig jaar overleefd.’

Dat is bizar. En daar moesten ze iets mee in Kamp Westerbork. Dus stelde Dirk Mulder zichzelf de vraag: ‘Hoe kunnen we dit huis duurzaam behouden voor de toekomst en het tegelijk toch educatief inzetten voor bezoekers?’ Het antwoord lag voor de hand: een gigantische glazen overkapping moest dit stuk erfgoed beschermen tegen invloeden van buitenaf. ‘Het is een groot museumstuk en dat vraagt om een grote vitrine.’ Een kippenvelklus voor de mannen van Gerwin Schoonewille. Aan zijn bouw- en restauratiebedrijf uit Tiendeveen de schone taak die “vitrine” neer te zetten en vervolgens zorg te dragen voor het beheer en onderhoud van de commandantwoning.

Een “gentleman boef”
De eerste twee kampcommandanten onder Duits bewind waren vlot weer vertrokken uit Westerbork. “Ongeschikt” volgens de nazileiding in de Randstad. ‘De één trad te agressief op tegen gevangenen, de ander dronk veel teveel,’ licht Dirk Mulder toe. ‘Dat gaf maar onrust en dát was wel het laatste wat de nazi’s wilden.’ Eind 1942 maakte de nieuwe bewoner z’n opwachting: SS-Obersturmführer Albert Konrad Gemmeker. Hij zou er tot 11 april 1945, één dag voor de Bevrijding, werken en wonen. Had vrouw en kinderen thuis in Duitsland gelaten en was op afstand van zijn gezin “vrij man” met een secretaresse die ook zijn maîtresse was. Dat ze hier min of meer samenwoonden was een publiek geheim. Boven was zijn slaapkamer en van daar keek de chef uit over het hele kampterrein.

De Obersturmführer maakte zelf geen vuile handen. Gemmeker was geknipt voor de job. Mulder: ‘Ze noemden hem een gentleman boef. Hij sprak altijd over “mijn joden”, zorgde dat er niet geschreeuwd werd, dat gevangen niet geslagen werden. Alles wat hij wilde was de geoliede machine van het Derde Rijk in beweging houden. Daarom was het uiterst belangrijk dat er geen onrust groeide of opstand kwam. Dat mensen hoop hielden.’

Sporen weer zichtbaar
‘Die paar oorlogsjaren zijn allesbepalend, terwijl de geschiedenis van het huis en zijn bewoners zoveel méér vertelt,’ beseft Dirk Mulder. Tussen ’45 en ’48 deed Westerbork dienst als Interneringskamp voor SS’ers, NSB’ers en collaborateurs en woonde commandant Bijvoets er met zijn gezin. In 1950 nam kolonel Hein van der Speck Obreen er zijn intrek, toen de eerste groepen Molukkers er woonoord Schattenberg vormden. Een van zijn dochters bleef tot haar overlijden, in 2007, in het ouderlijk huis wonen.

En dat was het moment om in te grijpen, om het huis weer op te nemen in de “museumcollectie” van Kamp Westerbork. Struiken en bomen werden gekapt, ‘om de woning weer zichtbaar te maken voor bezoekers’. Archeologisch onderzoek legde sporen bloot van voormalig bewoners, zoals een Telegraaf uit 1941. Ook binnen gaf het huis geheimen prijs. Zoals de “meetlat” voor de dochters van kolonel Van der Speck Obreen. ‘Je ziet de groeistreepjes op de deurpost nog zitten, met de namen van de meisjes erbij.’ Sporen van leven, gestold in de tijd.

Laatste nieuws